Om te teksten / woorden te luisteren kan dat met google 
Metin/kelime, google ile dinleyebilirsiniz

12 Twaalf - On iki. Huis - Ev

Nieuwe woorden - Yeni kelimeler

 

Kiest.
Seçer.

Hond.
Köpek.

Turkije.
Türkiye.

Maar.
Ama.

Achterna jagen.
Kovalıyor.

Nederland/ Holland.
Hollanda

Dr. Heer.
Bey / beyefendi

Woont./ Leeft
Yaşıyor.

Kat/ poes.
Kedi.

Zonder.
Olmadan.

In dit huis
Bu evde

 

Uit.
Dışarı.

Muis/ rat.
Fare.

Jagen.
Avlanmak.

Er is een huis in Turkije

Er is een huis in Turkije.
In dit huis woont een heer.
En de heer kiest een vrouw.

Er is een huis in Turkije.
In dit huis woont een heer.
Een man / heer
En een vrouw
En die vrouw kiest een kind

Er is een huis in Turkije.
In dit huis woont een heer.
Een heer
Een vrouw
En een kind
En die kind kiest een hond.

Er is een huis in Turkije.
In dit huis woont een heer.
Een heer
Een vrouw
Een kind
En een hond
En die hond kiest een kat

Er is een huis in Turkije.
In dit huis woont een heer.
Een heer
Een vrouw
Een kind
Een hond
En een kat
En die kat kiest een muis

Er is een huis in Turkije.
In dit huis woont een heer.
Een heer
Een vrouw
Een kind
Een hond
Een kat
En een muis (iiiiiiieeeeeehhhh!)
We jagen de muis het huis uit!

Er is een huis in Turkije.
In dit huis woont een heer.
Een heer
Een vrouw
Een kind
Een hond
Een kat
Maar zonder muis

 

Hollanda'da bir ev var

Hollanda'da bir ev var.
Bu evde bir beyefendi yaşıyor.
Ve beyefendi bir kadın seçer.

Türkiye'de bir ev var.
Bu evde bir beyefendi yaşıyor.
Bir erkek / adem / beyefendi
ve bir kadın
Ve o kadın bir çocuk seçer

Hollanda'da bir ev var.
Bu evde bir beyefendi yaşıyor.
Bir beyefendi
Bir kadın
Ve bir çocuk
Çocuk bir köpek seçer.

Hollanda'da bir ev var.
Bu evde bir beyefendi yaşıyor.
Bir beyefendi
Bir kadın
Bir çocuk
Ve bir köpek
Ve o köpek bir kedi seçer

Hollanda'da bir ev var.
Bu evde bir beyefendi yaşıyor.
Bir beyefendi
Bir kadın
Bir çocuk
Bir köpek
Ve bir kedi
Ve o kedi bir fare seçer

Hollanda'da bir ev var.
Bu evde bir beyefendi yaşıyor.
Bir beyefendi
Bir kadın
Bir çocuk
Bir köpek
Bir kedi
Ve bir fare (iiiiieeeeeehhhh!)
Fare evden kovalıyoruz!

Hollanda'da bir ev var.
Bu evde bir beyefendi yaşıyor.
Bir beyefendi
Bir kadın
Bir çocuk
Bir köpek
Bir kedi
Ama fare olmadan

 

12 . A . Ik woon en zij wonen. - yaşıyorum ve onlar yaşıyor.

Nieuwe woorden - Yeni kelimeler

 

Flat/ appartement
Daire

Duitsland.
Almanya.

Woonboot/ drijvend huis.
Yüzen ev.

Boot.
Tekne/ bot

Boerderij.
Çiftlik.

Koe.
İnek.

Varken.
Domuz

Kinderen.
Çocuklar.

Met mijn.
Benimle.

In Nederland / in Turkije / in Duitsland / in België
Hollanda'da / Türkiye'de / Almanya'da/ Belçika'da

Vlak bij/ in de buurt
Yakın.

Dedem (benim büyükbaba)
Mijn Opa

Anneannem (benim büyükanne)
Mijn Oma (van moeders kant)

Mijn vrouw. (benim kadın)
Karım

In het water. 
Suda.

Hun/ ze/ zij.(groep)
Onlar.(grup)

 

Waar wonen we?

Ik woon met mijn gezin in Nederland.
Met mijn vrouw en drie kinderen.
In een groot huis

Mijn opa en oma wonen ook in Turkije.
Zij wonen in een flat.
De flat is niet groot maar klein.

Ik heb een tante en een oom.
Die wonen in Duitsland.
Zij wonen op het water in een woonboot.

Mijn broer woont met twee dochters en één zoon.
Op een boerderij vlak bij Antwerpen, België.
ze houden zes koeien en vier varkens.

Nerede yaşıyoruz?

Ailemle birlikte Hollanda'da yaşıyorum.
Karım ve üç çocuğumla.
Büyük bir evde

Dedem ve anneannem Türkiye'de Yasiyor.
Bir dairede yaşıyorlar.
Daire büyük değil, küçük.

Teyzem ve amcam var
Almanya'da yaşıyorlar.
Suda yüzen bir teknede yaşıyorlar.

Erkek kardeşim iki kızı ve bir oğluyla yaşıyor.
Antwerp, Belçika yakınlarındaki bir çiftlikte.
onlar altı inek ve dört domuz besliyor.

12 . B . In huis. - Evde.

Soms is een turkse zin 1 woord. Waarbij waar de persoon wordt aangeduid.
Bazen Türkçe bir cümle 1 kelimedir. Kişinin belirtildiği yer.

In het woord of einde van het woord: Ik, Jij, Zij/ Hij Wij, ect. Hollandaca'da basitçe kalır: Ben, sen, O, o, biz, ect.

Voorbeeld - Misal.

 

Ik = Ben.
Yim.
M.

Jij = Sen
U/ jouw =Senin

Hij/ zij - Het.
O
Hem/ Haar
Onun

Wij/ ons = Biz
Yiz
imiz

Ze /hun =Onlar/ ler
(1Kind/ Çocuk 2 kinderen/ Çocuklar.)
Niet/ Değil maar/ ama > Onlar değil word değiller. = zij zijn niet. )

 

Enkelvoud

Huis
Het Huis
Naar huis
In huis
Van huis
Dit is een huis

Tekil

Ev
Evi
Eve
Evde
Evden
Bu bir ev

Meervoud

Huizen
De Huizen
Naar de huizen
In de huizen
Van de huizen
Dit zijn jouw huizen

Çoğul

Evler
Evleri
Evlere
Evlerde
Evlerden
Bunlar senin evlerin

Enkelvoud

Ons huis
Ons Thuis
Naar ons huis
In ons huis
Van ons huis
Dit is ons huis

Tekil

evimiz
evimizi
evimize
evimizde
evimizden
Bu bizim evimiz

Enkelvoud

Mijn huis
Mijn thuis
Naar mijn huis
Bij mij thuis
Van mijn huis
Dit is mijn huis

Tekil

Evim
Evimi
Evime
Evimde
Evimden
Bu benim evimin

Meervoud

Mijn huizen
Mijn
huizen
Naar mijn huizen
Bij mijn huizen
Van mijn huizen
Dit zijn mijn huizen

Çoğul

Evlerim
Evlerimi
Evlerime
Evlerimde
Evlerimden
bunlar benim evlerin

Enkelvoud

Jouw huis
Jouw thuis
Naar jouw huis
Bij jouw thuis
van jouw huis
Dit is jouw huis

Tekil

Evin
Evini
Evine
Evinde
Evinden
Bu senin evinin

 

Bent u thuis?

Ik ben thuis.
Jij bent thuis.
Hij/ zij is thuis.
Wij zijn thuis.
Hun/ ze zijn thuis.

Bij mij thuis.

Jij bent bij mij thuis.
Hij/ zij, is bij mijn thuis.
Ze zijn in mijn huis.
Ik ben bij ons thuis.

Wie is er thuis?

Oma is niet thuis
Papa en Opa zijn niet thuis.
De kinderen zijn thuis.
Mijn moeder en mijn tante zijn niet thuis.

Ik ben bij haar thuis.
Hij/ zij, is in hun huis.
Wij zijn bij zijn huis.
Ze zijn niet bij haar thuis.
Wij zijn niet allemaal thuis.

Evde misin?

(ben) Evdeyim.
Evdesin
O evde.
Evdeyiz
Evdeler.

(ben) Evdeyim.
Evdesin
O evde.
Evdeyiz
Evdeler.

Kim evde?

Büyükanne evde değil
Baba ve Büyükbaba evde değil
Çocuklar evde.
Annem ve teyzem evde değil.

Onun evindeyim
O onların evinde.
Onun evindeyiz.
Onun evinde değiller.
Hepimiz evde değil.

 

Meervoud

Huizen
Jouw huizen
Naar jouw huizen
Bij jouw huizen
Van jouw huizen
Dit zijn jouw huizen

Çoğul

Evler
Evlerin
Evlerinize
Evlerinizde
Evlerinizin
Bunlar senin evlerin

Enkelvoud

Hun huis
Hun huis
Naar hun huis
In hun huis
Van hun huis
Dit zijn hun huizen

Tekil

Onların evi
Evlerini
evlerine
evlerinde
evlerinden
Bunlar onların evleri

Enkelvoud

Haar thuis
Zijn Huis

Naar haar huis
Naar zijn huis

Bij haar thuis
Bij hem thuis

Van haar huis
Van zijn huis

Dit is haar huis
Dit is zijn huis

Tekil

Onun evi


Onun evine


Onun evinde


Onun evinden


Bu onun evi

Verhuizen - Ev taşımak için.

Verhuizen

De koning gaat verhuizen
Hij vertrekt om precies negen uur
Met geheel zijn gouden theeservies
Met Vorken en glazen
En met zijn duizend vazen
En met zijn kleine vogeltje Tjiep Tjiep
De koningin riep: Alles in één jeep?

Er komen nog meer dingen aan
Een Kooi met witte muizen
En de gouden troon, en ook het gouden bad
en een satijnen keukenmat
De overhemden en jassen
De bedden en de matrassen,
De koning bovenop
In zijn hand de goudkolen schop

De koning gaat, verhuizen.
Met een jeep
Maar oh, die arme koningin
De jeep is veel te vol!
De koningin schreeuwt: Het geeft niets.
Ik ga met de fiets!

Ev taşımak

kral taşınıyor
Tam saat dokuzda ayrılıyor
Tamamen altın çay seti ile
Çatallar ve bardaklarla
Ve bin vazosu ile
Ve küçük kuşu Tjiep Tjiep ile
Kraliçe bağırdı: Hepsi tek bir cipte mi?

Daha gelecek şeyler var
Beyaz fareli bir kafes
Ve altın taht, ve ayrıca altın banyo
ve bir saten mutfak matı
Gömlekler ve ceketler
Ve yataklar ve şilteler
Kral kendisi üstte
onun elinde, bir altın kömür küreği

Kral hareket ediyor
bir cip ile
Ama ah, o zavallı kraliçe
Cip fazla dolu!
Kraliçe çığlık atıyor: Önemli değil.
Bisikletle gideceğim!

 

Herhaling.

Mijn huis
U /Jouw huis
Ons huis
Hun huis
Zijn /Haar huis

Tekrarlama.

Benim Evim
Senin Evin
Bizim Evimiz
Onların evi
Onun evi

Herhaling.

Mijn huizen
U /Jouw huizen
Onze huizen
Hun huizen
Haar / Zijn huizen

Tekrarlama.

Benim Evlerim
Evlerin / sizin Evleriniz
Bizim Evlerimiz
Onların evleri
Onun evleri

 

12 . C. Licht en donker - Aydınlık ve karanlık. 

Nieuwe woorden - Yeni kelimeler

 

dag Licht/ licht
hafif/ ışık

Donker
Karanlık

Lamp
Lamba

Nacht
Gece

Aan. (licht) op doen
Açık./ giymek

uit. (licht lamp)
kapalı.

De ochtendgloren.
Şafak.

(Te) Doen.
Yapmak.

Schijnt.
Parlıyor.

Wordt (is aan het gebeuren)
Oluyor

Het gebeurt/ Het zal zijn./ Het gebeurt nu.
Olur/ Olacak./ Şimdi oluyor.

Snel./ binnen kort/ spoedig
birazdan

 

De dag is aangebroken./ De ochtendgloren.

Het is al licht.
De zon schijnt.
In huis is de lamp uit.
Buiten is het lekker warm.

Het word al donker.

We doen de lamp aan.
Dan hebben we licht in huis.
De maan schijnt al.
Het wordt snel nacht.

Gün geldi./ Şafak

Zaten hafif.
Güneş parlar.
Evde lamba kapalı. ışık kapalı.
Dışarısı güzel ve sıcak.

Zaten hava kararıyor.

lambayı açıyoruz. / ışığı açıyoruz
Sonra evde ışık var.
Ay zaten parlıyor
Birazdan gece olacak

 

13. Dertien -  On üç

Het weerbericht - Hava tahmini

Nieuwe woorden - Yeni kelimeler

 

Weer.
Hava.

Vandaag.
Bugün.

Zon.
Güneş.

Wind.
Rüzgar.

Sneeuw.
Kar.

 

Hoe is het weer?

Hoe is het weer vandaag?
Is het zonnig?
Is het regenachtig?
Is het bewolkt?
Sneeuwt het?
Is het winderig weer?
Hoe is het weer vandaag?
Laten we naar buiten kijken.
En kijk hoe het weer is.

 

Wolk.
Bulut.

Regen.
Yağmur.

Kijk naar buiten.
Dışarı bak.

Zien.
Görmek.

Bericht.
İleti/ Mesaj.

 

Hava nasıl?

Bugün hava nasıl?
Güneşli mi?
Yağmurlu mu?
Bulutlu mu?
Kar yağıyor mu?
Rüzgarlı bir hava mı?
Bugün hava nasıl?
Dışarıya bakalım.
Ve havanın nasıl olduğunu görün.

 

13 A . Seizoenen - Mevsimler

Nieuwe woorden - Yeni kelimeler

 

Raam.
Pencere

Koud.
soğuk.

Willen/ wil.
Istemek/ istek

Buiten.
Dıştan/ dışarı.

Sloffen/ pantoffel.
Terlik.

Winter.
Kış.

Ijs.
Buz.

Vriest.
Donmak.

Wat.!
Ne.!

Muts/hoed.
Şapka

Wanten/ handschoen.
Eldivenler/ eldiven.

Jas.
Ceket.

Aan. (doen)
üzerinde.

Aankleden.
Giyinmek.

Uit.
Dışarı.

Laarzen.
Bot ayakkabı.

Sjaal/ das.
Eşarbı

In de winter

Sneeuw en ijs.
Het vriest en wat is het koud.
De bloemen zijn te zien in op ramen.
Sneeuw en ijs wat een kou.
We willen nog steeds naar buiten gaan.
Jij en Ik doen de sloffen uit.
Een we trekken onze laarzen aan
De sjaal om en jas aan.
Nu de muts op en de wanten aan.
Zo kunnen we naar buiten gaan!

 

Kışın

Kar ve buz.
Bu donma ve ne kadar soğuk olduğunu bulunuyor.
Çiçekler pencerelerde görülebilir.
Kar ve buz, bir ne soğuk.
Hala çıkmak istiyoruz.
Sen ve ben terlikleri çıkarıyoruz.
Ve bot ayakkabımızı giymek
Eşarbı tak. üzerinde ceket.
Şimdi şapkayı tak. ve eldivenleri giy
Şimdi, dışarı çıkabiliriz!

 

13 B. De lente - Bahar

Nieuwe woorden - Yeni kelimeler

 

Boom.
Ağaç.

Komt.
Geliyor.

Nieuwe.
Yeni.

Leven.
Hayat.

Warm/ heet
Sıcak.

Groei/ groeien.
Büyümek

Bladeren.
yapraklar.

Bloem.
Çiçek.

Grond.
Zemin.

Fruit.
Meyve.

Begin.
Başlangıç.

Vogel.
Kuş.

Nest.
Yuva.

Ei.
Yumurta.

Lente.

In de lente komt er nieuw leven.
Het is al warmer dan in de winter.
De bladeren groeien terug aan de bomen.
De vogels maken een nest, om hun eitjes erin te leggen.
De bloemen komen weer uit de grond, en veel fruit groeit weer.
Een nieuw leven begint opnieuw.

 

Bahar.

İlkbaharda yeni bir hayat geliyor.
Zaten kıştan daha sıcak.
Yapraklar ağaçlarda tekrar büyür.
Kuşlar yumurtalarını bırakmak için yuva yaparlar.
Çiçekler tekrar yerden çıkıyor ve yine bir sürü meyve büyüyor
Yeni bir hayat yeniden başlıyor.

 

13 C. De zomer - Yaz

Nieuwe woorden - Yeni kelimeler

 

Veel.
Çok.

Mooi.
Güzel.

Maand.
Ay.

Alles.
Her şey.

Rijpt.
Olgunlaşır

Bloeit.
Çiçek açar.

Groente.
Sebze.

Volop.
Bolca.

Jong
Genç

Dier
Hayvan.

Spelen
Oynuyor.

Niet meer.
Artık değil.

Rond.
Yuvarlak

Meestal/ Over het algemeen.
Çoğu zaman/ Genellikle 

Jij gaat.
Gidiyorsunuz.

Zwemmen.
Yüzmeye

een Meer.
bir Göld(e)

Zee.
Deniz.

Leuk./ plezier
Hoş/ eğlence

Einde.
Son/ sonu

Wat jammer.
Yazık.

Nadert.
Yaklaşıyor.

Tot in de late uurtjes
Geç saatlere kadar.

Binnenkort/ spoedig
Yakında.

De zomer.

In de zomer heb je veel mooie dagen.
Alles, is rijp en staat in bloei.
Het fruit en de groente groeien volop.
De jonge dieren spelen in het rond.
In de zomer ben je meestal buiten.
Je gaat zwemmen in een meer of in zee.
En je zit tot in de late uurtjes in de tuin.
De zomer is in het begin leuk.
Jammer dat het einde van de zomer nadert.
De bomen, de bloemen en het fruit groeien niet meer.
Binnenkort komt de herfst.

 

Yaz.

Yaz aylarında çok güzel günleriniz olur.
Her şey olgun ve çiçek açmış.
Meyve ve sebzeler bolca büyüyor.
Genç hayvanlar etrafta oynuyor.
Yaz aylarında genellikle dışarıdasınız.
Bir gölde veya denizde yüzmeye gidiyorsunuz.
Ve geç saatlere kadar bahçede oturuyorsun.
Yaz başlangıçta eğlencelidir.
Yazık yaz sonu yaklaşıyor.
Ağaçlar, çiçekler ve meyveler artık büyümüyor
Sonbahar yakında geliyor.

 

13 D. Herfst. - Sonbahar.

Nieuwe woorden - Yeni kelimeler

 

Bruin.
Karamak

Oranje.
Turuncu.

Soms.
Bazen.

Hebben
Sahip olmak.

Hard.
Sert/ zor.

De wind waait.
Rüzgar esiyor.

Eikels.
Meşe palamudu.

Kastanje.
Kestane.

Fris.
Serin

Nat.
Islak.

Vallen.
Düşen.

Dood.
Ölü.

Beukenoten.
kayın fıstığı.

Wilde.
Yabani.

Jaar.
Yıl.

Slecht weer.
Kötü hava.

Herfst

De herfst is fris en nat.
De bladeren vallen van de bomen en de bloemen zijn dood.
De bladeren van de boom worden bruin oranje soms rood.
Heel soms heb je nog lekker weer, maar meestal niet.
In de herfst kan het hard waaien.
Dan vallen de bladeren van de boom.
Wat nu de tijd van het jaar is?
Eikels en kastanje en beukennoten.
Eikels en wilde kastanje kun je niet eten.
Makke kastanje en beukennoten kan je eten.

Sonbahar

Sonbahar taze ve ıslaktır.
Yapraklar ağaçlardan düşüyor ve çiçekler ölü.
Ağacın yaprakları kahverengi turuncuya bazen kırmızıya döner.
Bazen hala güzel havanız olur, ancak çoğu zaman olmaz.
Sonbaharda çok rüzgarlı olabilir.
Sonra yapraklar ağaçtan düşer.
Şimdi yılın zamanı nedir?
Meşe palamudu ve kestane ve kayın fıstığı.
Meşe palamudu ve yabani kestane yiyemezsin.
Tatlı kestane ve kayın fıstığı yiyebilirsiniz.