Eenvoudig - Basit 

Dit ben ik en wie ben jij?

     Ben buyum ve sen kimsin?

 

NL. konu TR. onderwerp
ik ben
jij / je sen
Ik en Jij Ben ve Sen
NL TR
u / jullie siz
en ve
En U Ve Siz

.

NL TR
Hallo Merhaba
Wie ben jij? kimsin?
Wie Kim
Hoe, wat Nasıl, ne
NL TR
Hoe heet u? Adınız ne?
Wat is jouw naam? Senin ismin nedir?
Hoe heet je? Adın ne?
Wat is Nedir
Jouw Senin
NL TR
Ik heet ..... Benim adım .....
Mijn naam ..... Benim isim .....
Jouw naam ..... Senin isim .....
Uw naam ..... Sizin isim .....
Mijn Benim
Uw Sizin
NL TR
Goedendag İyi gün ler
Hoe gaat het met jou? Nasıl sin?
Goed İyi
NL TR
Hoe gaat het met u? Nasil siniz?
Met mij gaat het ook goed Ben de iyi yim
Bedankt Teşek kür e derim
NL TR
Hij / zij O
Hoe gaat het met hem / haar? O nasil?
Met hem / haar is het ook goed O da iyi
kort gesprek kısa konuşma
Nick - Merhaba Esila! Nick - Hallo Esila!
Esila - İyigünler Nick! Esila - Goedendag Nick!
Nick - Nasılsın? Nick - Hoe is het met je?
Esila - Teşekkürler, iyiyim. Sen Nasılsın? Esila - Dank je wel, het gaat goed met mij. Hoe gaat het met jou?
Nick - Teşekkür ederim, bende iyiyim Nick - Bedankt, met mij gaat het ook goed
NL daha fazla kişi. konu TR meer personen. onderwerp
Wij / we Biz
Jullie / u Siz
Zij / ze Onlar
NL TR
Wie zijn jullie? Siz kimsiniz?
Wat zijn jullie namen? Sizin isimleriniz ne
Wij heten ..... Biz (im) adımız .....
Onze namen zijn Bizim isimlerimiz
NL TR
En hoe heten zij? Ve adları ne?
Ze heten ..... Onların adı .....
Hun Onların

.

NL TR
Goedenavond hoe gaat het met jullie? İyi akşam lar nasıl sınız
Met ons gaat het ook goed Biz de iyi yiz
Hoe gaat het met ze? Onlar nasıl?
Zij zijn ook goed / oke Onlar da iyi ler
NL TR
Goedenavond İyi akşamlar
Zij zijn goed / oke Onlar iyiler
Wie zijn jullie / Wie bent u Kimsiniz
Jullie namen İsimleriniz
kort gesprek kısa konuşma
İyi akşamlar Goedenavond
Siz kimsiniz? Wie zijn jullie?
Biz Nick ve Esila'yız Wij zijn Nick en Esila
Ve onlar kim? En wie zijn zij?
Bu büyükanne ve büyükbaba Dat zijn oma en opa

Mag ik u wat vragen?

Size birşey sorabilir miyim?

 

NL TR
Goedemorgen mevrouw / meneer Günaydin bayan /bey
Waar komt u vandaan? Siz nereden geliyorsunuz?
Ik kom uit Nederland / Turkije Ben Hollanda'dan / Türkiye'den
Ik woon in Amsterdam / Ankara Amsterdam'da / Ankara'da yaşıyorum
Waar komt hij / zij vandaan O nereden giliyor
Zij / hij komt uit België O Belçika'dan
uit ….'dan / 'den ( is toevoeging achter het woord: Hollanda+dan. Türkiye+den )
NL TR
Woont u in een huis of een appartement / flat? Bir evde mi veya apartman dairesinde mi yaşıyorsunuz?
Hij woont in een huis O bir evde yaşıyor
Zij woont in een flat O bir apartmanda/ dairede yaşıyor
Hij heeft een tuin Onun bahçesi var
En zij heeft geen tuin Ve onun bahçesi yok
NL TR
Wat / iets Birşey
Vragen Sormak
Waar vandaan Nereden
Ben ik? / Kan ik? / Mag ik? miyim?
Aan u / aan jullie. Size
Goedemorgen Günaydin
Mevrouw Bayan
Meneer Bey
Of (hetzij) Veya
kort gesprek kısa konuşma
Ado: Günaydın beyfendi ve hanfendi. Size bir şey sorabilir miyim, nerelisiniz? Ado: Goedemorgen meneer en mevrouw. Mag ik u wat vragen, waar komt u vandaan?
Adam: Türkiyeden geliyorum, ve ben ankarada yaşıyorum de Man: Ik kom uit Turkije. En ik woon in Ankara
Ado: Bayan, nerelisiniz? Ado: Mevrouw, waar komt u vandaan?
kadın: Hollanda'dan. Ve Amsterdam'da yaşıyorum de Vrouw: Uit Nederland. En ik woon in Amsterdam
Ado: Bayan, o nereden? Ado: Mevrouw, waar komt zij vandaan?
Kadın: O, Kim? de Vrouw: Wie, zij?
Ado:Evet, o. Ado: Ja, zij.
Kadın: O Belçika'dan de Vrouw: Zij komt uit België
NL TR
Wonen / leven Yaşamak
Thuis / inhuis Evde
In / Daarin / Binnenin içinde
Flat Apartman daire
Er is / aanwezig Var
Geen /niet aanwezig Yok
Tuin Bahçe
kort gesprek kısa konuşma
Maria: İyi akşamlar bay ve bayan. Size bir şey sorabilir miyim? Maria: Goedenavond meneer en mevrouw. Mag ik u wat vragen?
Adam, kadın: Evet, bir şey sorabilirsin. de Man, vrouw: Ja je mag wat vragen.
Maria: Bir evde veya bir apartman daire içinde yaşıyorsunuz? Maria: Wonen jullie in een huis of een flat?
Adam: Bir evde yaşıyorum. Ve bir bahçem var. de Man: Ik woon in een huis. En ik heb een tuin.
Kadın: Bir dairede yaşıyorum. Ve bahçem yok. de Vrouw: Ik woon in een flat. En ik heb geen tuin.
NL TR
Goedenmiddag Tünaydın
Waar gaan jullie heen Nereye gidiyorsunuz
We gaan naar school Okula gidiyoruz
En waar gaan zij naar toe Ve nereye gidiyorlar
Zij gaan naar de winkel Mağazaya giderler
NL TR
Waar ga jij naar toe Nereye gidiyorsun
Ik ga naar de familie Aileye gidiyorum
Goedemiddag Tünaydın
Familie / gezin Aile
Het gaan Gitmek
Winkel Mağaza
School Okul
Naar ….'a / 'e ( is toevoeging achter het woord: Aile+(y)e. Okul+a )
kort gesprek kısa konuşma
Nick: Merhaba Esila. Nick: Hallo Esila.
Esila: Tünaydın Nick. Esila: Goedemiddag Nick.
Nick: Nereye gidiyorsun? Nick: Waar ga je naar toe?
Esila: Aileye gidiyorum. Esila: Ik ga naar de familie.
Esila: Merhaba, Ado ve Maria. Esila: Hallo, Ado en Maria.
Maria, Ado: Merhaba, Esila. Maria, Ado: Hallo, Esila.
Esila: Nereye gidiyorsunuz? Esila: Waar gaan jullie heen?
Ado: Okula gidiyoruz. Ado: Wij gaan naar school.
Maria: Ve Nick, Büyükbaba ve Büyükanne nereye gidiyor? Maria: En Nick, waar gaan Opa en oma naar toe?
Nick: Büyükbaba ve büyükanne mağazaya gidiyor(ler.) Nick: Opa en oma gaan naar de winkel.

Met wie en waar    

Kimle ve nerede

 

NL TR
Op school Okulda
In huis / Thuis Evde
In de tuin Bahçede
In de winkel Mağazada
Doei / daag Güle güle
Tot ziens Hoşça kal
Met famillie Aile ile / Aileyle
Vanmiddag / Deze middag Bu öğleden sonra
NL TR
Tot morgen / Ik zie je morgen Yarın görüşürüz
Met ( Met Ado ) İle ( Ado ile )
Morgen Yarın
Vandaag Bugün
Waar ben je Neredesin
Waar bent u / waar zijn jullie Neredesiniz
Waar zijn zij Neredeler
In / op ….'da / 'de ( is toevoeging achter het woord: ev+de. Okul+da )
NL TR
Ik ben op school Ben okulda yım
Ik ben thuis Ben evde yim
Ze zijn in de tuin Onlar bahçede ler
Ze / hij is in de winkel O mağazada
Onze Bizim
uw / Jullie Sizin
Hun Onların
NL TR
Met wie ga ik Kiminle gidiyorum
Met wie ga jij kiminle gidiyorsun
Met wie gaat hij / zij O kimle gidiyor
NL TR
Met wie gaan jullie / met wie gaat u Kiminle gidiyorsunuz
Met wie gaan zij Kiminle gidiyorlar
Met wie gaan wij Kiminle gidiyoruz
kort gesprek kısa konuşma
Günaydin, maria. Bugün nasıl? Goedemorgen, maria. Hoe is het vandaag?
Teşekkürler, iyiyim. Dank je wel, het gaat goed met mij.
Nasılsın, esila? Bende iyiyim. Hoe is het met jou, esila? Met mij gaat het ook goed.
Nereye gidiyorsun, maria? Büyükbaba evine gidiyorum. Waar ga je naar toe, maria? Ik ga naar opa's huis toe.
Ve nereye gidiyorsun Esila? Mağazaya gidiyorum. En waar ga jij naartoe, esila? Ik ga naar de winkel toe.
Ado bugün nerede, maria? Ah, o okulda. Ve bu öğleden sonra bahçeye gidiyor. Waar is ado vandaag, maria? O, hij is op school. En vanmiddag gaat hij naar de tuin.
Giderim. Hoşçakal maria Ik ga. Tot ziens maria .
Yarın görüşürüz esila Zie je morgen esila

Het weer  

Hava

 

NL TR
Wordt het mooi weer? Hava güzel olacak mı?
Het wordt vandaag mooi weer Bugün hava güzel olacak
Wordt het warm? Hava sıcak olacak mı?
Ja, het word vandaag warm Evet, bugün hava sıcak olacak
Gaat het regenen? Yağmur mu yağacak?
Nee, het gaat vandaag niet regenen Hayır, bugün yağmur yağmayacak
Wordt het koud? Hava soğuk mu olacak?
Nee, het word vandaag niet koud Hayır, bugün soğuk olmayacak
Hoe warm is het vandaag? Bugün hava ne kadar sıcak?
Het is vandaag vijfentwintig graden Bugün yirmi beş derece
Het weer vandaag is niet slecht Bugün hava kötü değil
NL TR
Wordt het slecht weer? Hava kötü mü olacak?
Het wordt vandaag geen mooi weer Bugün hava güzel olmayacak
Nee, het wordt niet warm vandaag Hayır, bugün hava sıcak olmayacak
Gaat het regenen? Yağmur mu yağacak?
Ja, het gaat vandaag regenen Evet, bugün yağmur yağacak
Wordt het koud? Hava soğuk mu olacak?
Ja, het wordt vandaag koud Evet bugün hava soğuk olacak
Gaat het sneeuwen? Kar yağacak mı?
Ja, het gaat vandaag sneeuwen Evet, bugün kar yağacak
NL TR
Nee, het gaat vandaag niet sneeuwen Hayır, bugün kar yağmayacak
Komt er storm? Fırtına mı olacak?
Ja, het gaat vandaag stormen Evet, bugün fırtına olacak
Nee, het gaat vandaag niet stormen Hayır, bugün fırtına olmayacak
Hoe koud is het vandaag? Bugün hava ne kadar soğuk?
Het is vandaag vijf graden Bugün beş derece
Het is weer vandaag is slecht Bugün hava kötü

Wat zijn je hobbies?

Hobilerin neler?

NL TR
Het doen / maken Yapmak
Ik doe / maak Yapıyorum
Jij doet / maakt Yapıyorsun
Heel veel Oldukça çok
Sport Spor
Zwemmen Yüzmek
Veel Çok
Weinig Az
NL TR
Voetbal Futbol
Wielrennen Bisiklet yarışı
Joggen / hardrennen Jogging yapmak / koşu yapmak
Lezen Okumak
Schrijven Yazmak
Tekenen Resim yapmak / Resim çizme
Te veel Çok fazla
Te weinig Çok az
NL TR
Tellen Saymak
Het moeten doen Yapmalı
Aan het lezen (boek) Okuma (kitap)

Maak jouw eigen website met JouwWeb